HomeContactNederlandsEnglish

Medigran
Holenweg 41
1623 PA Hoorn

T: 0229 279840
F: 0229 210891
M: 06 44594939
E: info@medigran.nl
KvK: 36011850

 

Aanleg en beheer

Ecologisch beheer
Dit beheer is gericht om de samenhang tussen flora en fauna zo gunstig mogelijk te ontwikkelen.
Maar ook hier zal de kostenfactor een belangrijke rol spelen. Beheren kost geld en wordt steeds duurder. Vroeger kon men het maaisel op een bepaalde plaats laten verzamelen en laten verteren, tegenwoordig moet het worden afgevoerd tegen steeds hogere kosten.
Het is daarom belangrijk, indien men kiest voor ecologisch beheer, men vooraf een goede planning gaat maken. De keuze van een soortensamenstelling in samenhang met plaatselijke milieufactoren zoals bv. bodemtype speelt een belangrijke rol in de beginfase.
De standplaats bepaalt de vegetatie en de vegetatie bepaalt het beheer. Een schraal bodemtype zal altijd lagere beheerkosten opleveren dan een voedselrijk bodemtype. De maaifrequenties zullen minder zijn en het afvalvolume lager. De flora verscheidenheid zal echter ook afnemen op voedselrijke grondsoorten. Botanisch gezien is dit gegeven een verarming.
Botanische verscheidenheid en algemeen wenselijke landschapsinrichting gaan niet altijd samen op. Het is daarom noodzakelijk de wensen m.b.t. het object goed te overwegen.

Verschralen van de bodem vooraf
Er kunnen omstandigheden zijn waarbij verschraling van de grond wenselijk is.
Dit kan op verschillende manieren gebeuren.

  • Een zandlaag aanbrengen.
  • Bovenste grondlaag verwijderen
  • Stikstof bemesting

Een zandlaag aanbrengen is een kostbare operatie en brengt risico's met zich mee. Als men voor deze optie kiest is het goed om te weten wat de herkomst van het zand is, en een analyserapport te laten maken. De op te brengen zandlaag dient in ieder geval een grove structuur te hebben, vrij van hardnekkige onkruidzaden, gifstoffen en plantenresten.

Den bovenste grondlaag verwijderen heeft als nadeel dat het nieuwe oppervlak te dicht is van structuur. Vaak stuit men op een lagere grondsoort die niet altijd nadelig hoeft te zijn voor de toekomstige vegetatie. Let bij deze keuze op het verdichten van de grond door werkzaamheden.

Op een fosfaatrijke maar stikstofarme bodem kan stikstof bemesting d.m.v. het inzaaien van maïs en Italiaans raaigras aan de verschraling bijdragen. Het gewas zal enkele keren per jaar moeten worden gemaaid en het maaisel worden afgevoerd.

Kalk heeft een gunstige invloed op de verschraling en de verzuring van de grond. Door kalk door de grond te mengen wordt het verteringsproces versneld en de zuurgraad aanzienlijk verhoogd. Dit kan een ander soort plantenrijkdom teweegbrengen. Ook kan kalktoevoeging aan droge (zand) grond kan het tekort aan vocht opheffen. Vocht is belangrijk voor de opname van voedingstoffen bij planten.

Niet verschralen bij tekort aan zonlicht
In een gesloten schaduwrijke omgeving zoals onder bomen is de voedselrijkdom van de grond juist een gunstige factor. Deze voedingstoffen bieden een compensatie voor het tekort aan zonlicht die de ontwikkeling van de onderbegroeiing ten goede komen. In deze situatie kunnen zelfs planten groeien uit een andere ecotoop.

Aanleg
Een belangrijk uitgangspunt bij de aanleg van natuurvegetaties is dat de grond zo veel mogelijk met rust gelaten moet worden. Dus de werkzaamheden zo veel mogelijk beperken tot het meest nodige. In sommige situaties kan de bodem bepaalde handelingen vereisen die de groei van planten of beheer optimaliseren. Dit kan zijn door grond verplaatsing. Wij komen hiermee op het terrein van natuurtechniek en zullen hier niet verder op ingaan.

 

Inzaaien
Bij het inzaaien dient rekening gehouden te worden met de optimale omstandigheden voor zaadontkieming. Indien de bovenste grondlaag een niet al te vaste structuur heeft kan men inzaaien en het zaaisel licht inharken en aandrukken. Op grotere terreinen kan eggen een uitkomst bieden. Dit laatste heeft tot doel om het vocht vast te houden en het zaaisel te beschermen tegen wind en vogelvraat.
Indien er vervolgens geen extreme weersveranderingen zoals droogte of overmatig regen valt te verwachten zal er doorgaans weinig verder te doen zijn dan af te wachten tot de vegetatie tot ontwikkeling komt.

Beheermaatregelen
Afhankelijk van het bodemtype zal een beheerplan moeten worden gemaakt die tot doel heeft de kosten van het beheer te verminderen. Het aantal maaibeurten zal afhangen van de voedselrijkdom en vochtigheid van de bodem.
De frequentie en tijdstip van maaien zal afhangen van de lokale situatie maar in het algemeen kan men stellen dat 1 maaibeurt in september/oktober voldoende moet zijn. In gevallen waar eerder gemaaid moet worden, bijvoorbeeld i.v.m. verkeerstechnische situaties of bij ontwikkeling van dominante populaties is een extra maaibeurt vroeg in het seizoen aan te bevelen. Dit zou grofweg eind mei begin juni kunnen plaatsvinden maar is weer afhankelijk van de lokale situatie. De maaibalk moet in dit geval niet te laag worden ingesteld om zoveel mogelijk schade aan vegetatie en fauna tegen te gaan. Door het maaisel direct af te voeren zal er zo min mogelijk bemesting plaatsvinden. 
 

 
© 2010 Medigran Website by Project23